ploegwedstrijden
Reglement 2- en 3 schaar Reglement oldtimers Ook dit najaar zullen er weer ploegwedstrijden worden gehouden in Diepenveen. Een precieze datum en plaats wordt nog bepaald. Voor informatie over de ploegwedstrijden kan worden gemaild naar pc.pjodiepenveen@zonnet.nl of ploegwedstrijdendiepenveen@gmail.com naar boven WEDSTRIJDREGLEMENT 2- EN 3-SCHAAR WENTELPLOEGENEr wordt geploegd volgens de regels die op het Nederlands Kampioenschap worden gehanteerd. Kijk voor een uitgebreide weergave op www.ploegvereniging.nl/reg.htm. Afmeting van de veldjesVoor alle ploegen, 2- 3- en 4-schaar, is de afmeting van het te ploegen wedstrijdveldje even groot. De officiële afmeting van ieder veldje is 2000 m², waarbij de lengte 100 meter bedraagt. De breedte is aan een zijde 16 meter en aan de andere zijde 24 meter. De schuinte van de geer is hier (24 - 16) / 100 = 8/100 Afhankelijk van de grootte van het beschikbare terrein en het aantal deelnemers kunnen de veldjes kleiner zijn. De schuinte van de geer zal echter 8/100 zijn. De wedstrijdveldjes liggen naast elkaar en worden aan het begin en eind begrenst door een merkstreep. Ieder wedstrijdveldje wordt aangegeven door een veldnummerbord op beide merkstrepen. Hoe moet het wedstrijdveldje geploegd wordenVoor aanvang van de wedstrijd wordt de ploegdiepte bekend gemaakt. Hierbij wordt ook een marge gegeven die men te diep of te ondiep mag ploegen. Meestal is de ploegdiepte 20 centimeter +/- 2 centimeter. Voor al het ploegwerk geldt: - de geploegde sneden moeten recht zijn,
- tussen de merkstrepen moet alle grond geploegd worden,
- in het ploegwerk mogen geen wielsporen zichtbaar zijn (m.u.v. de eindvoor).
BeginvoorTussen de twee veldnummerborden wordt de beginvoor gemaakt. Deze moet gemaakt worden met het achterste ploeglichaam dat de grond naar rechts keert. Er mag alleen een geploegde snede zichtbaar zijn van dit achterste ploeglichaam. De diepte van de beginvoor is niet van belang, maar hij moet over de hele lengte volledig los gesneden zijn en de uitgeploegde snede moet over de hele lengte een uniform beeld vertonen. Voor het maken van een rechte beginvoor mogen maximaal 3 richtpalen worden geplaatst. Één helper mag assisteren bij het plaatsen van de richtpalen, en bij het wegnemen ervan tijdens het maken van de beginvoor. Voor het maken van de beginvoor heeft men 20 minuten tijd. Het plaatsen van de richtpalen mag voor deze tijd al gebeuren. De wedstrijd wordt pas hervat nadat de jury de beginvoren heeft beoordeeld.
Merkstreep voor de geerNa het maken van de beginvoor wordt aan de linkerkant hiervan een merkstreep gemaakt voor de geer. Deze wordt niet beoordeeld en mag helemaal op eigen wijze gemaakt worden. Dit kan door het maken van een ondiepe voor, maar ook alleen een wielspoor van de trekker kan voldoende zijn. De merkstreep mag al voor het hervatten van de wedstrijd worden gemaakt. Hierbij geldt, net als bij de beginvoor, dat er maximaal 3 richtpalen mogen worden gebruikt en er één helper mag assisteren bij het plaatsen en wegnemen van de palen. Zie voor de afstand tussen de merkstreep en de beginvoor paragraaf "Derde wendakker" AanstortingAls de wedstrijd wordt hervat begint men met de aanstorting. Deze wordt aan de rechterkant van de beginvoor gemaakt, waarbij de grond richting de beginvoor wordt geploegd. De uitgeploegde snede van de beginvoor wordt dus weer teruggekeerd. Alle sneden van de aanstorting moeten even hoog liggen (een te diepe beginvoor bemoeilijkt dit). De aanstorting bestaat voor een
- tweescharige ploeg uit 8 sneden (is 4 werkgangen)
- driescharige ploeg uit 9 sneden (is 3 werkgangen)
- vierscharige ploeg uit 8 sneden (is 2 werkgangen)
De voorgeschreven ploegdiepte moet na 2 werkgangen bereikt zijn. Ploegen tot de merkstreepWanneer de aanstorting is afgerond, ploegt men het veldje vanaf de aanstorting van het links naast gelegen veldje tot aan de eigen merkstreep. De eerste werkgang langs de aanstorting van de buurman / -vrouw wordt niet beoordeeld. Uiteindelijk worden de werkgangen steeds korter zodra men de eigen merkstreep bereikt. Het keren aan het einde van de werkgang gebeurt dan op de derde wendakker. Deelnemers die links naast hun veldje geen buurman / -vrouw hebben, moeten zelf een aansluitvoor ploegen. De plaats waar de aansluitvoor moet komen, is door de organisatie gemarkeerd met twee paaltjes. Voor het maken van deze aansluitvoor geldt, net als bij de beginvoor, dat er maximaal 3 richtpalen mogen worden gebruikt en er één helper mag assisteren bij het plaatsen en wegnemen van de palen. GeerWanneer het veldje tot aan de merkstreep is geploegd, moet de eerst werkgang van de derde wendakker worden geploegd. De geer moet zonder gaten of bulten worden geploegd. Bij de geer mag men kiezen om het eerste ploeglichaam wel of juist geen zichtbare snede te laten ploegen. Wanneer men kiest om het eerste ploeglichaam wél een zichtbare snede te laten ploegen, dan moet die over de hele lengte zichtbaar zijn. Wanneer men kiest om het eerste ploeglichaam géén zichtbare snede te laten ploegen, dan mag er over de hele lengte niks van zichtbaar zijn. In dit geval wordt dat wat het eerste ploeglichaam ploegt, door de snede van het tweede ploeglichaam bedekt. De eerste snede (naar keuze dus van het eerste of tweede ploeglichaam) moet gelijk zijn aan de overige geploegde sneden. Derde wendakkerDe derde wendakker moet zo worden geploegd, dat de laatste voor (de eindvoor) exact naast de beginvoor komt te liggen. De plaats waar de merkstreep voor de geer wordt uitgezet, is dus zeer belangrijk. De derde wendakker bestaat voor een - tweescharige ploeg uit 19 of 20 sneden (is 10 werkgangen)
- driescharige ploeg uit 20 of 21 sneden (is 7 werkgangen)
- vierscharige ploeg uit 19 of 20 sneden (is 5 werkgangen)
De geploegde sneden van de derde wendakker moeten even breed zijn als de overige geploegde sneden. EindvoorTijdens de laatste werkgang van de derde wendakker wordt de eindvoor geploegd. Deze moet exact naast de eigen beginvoor liggen. Er mag geen ongeploegde grond blijven liggen en van de aanstorting mag geen grond opnieuw worden geploegd. De eindvoor moet recht, schoon, vlak en niet te diep (2/3 van de ploegdiepte is ideaal) zijn. De geploegde sneden van de laatste werkgang moeten gelijk zijn aan de overige geploegde sneden. Naast de eindvoor op de aanstorting mag slechts één trekkerwielspoor zichtbaar zijn. Beoordeling 2- en 3-schaar-wentelBij de afzonderlijke onderdelen wordt de rechtheid van het onderdeel alleen meegenomen in het betreffende cijfer als dit hierbij ook is vermeld. Voor rechtheid zijn 4 aparte onderdelen toegevoegd. De jury geeft cijfers voor de volgende onderdelen: 1. De beginvoorDe open voor moet schoon en vlak zijn. Doorgesneden over hele lengte. De uitgeploegde snede moet een uniform beeld vertonen. 2. De aanstortingDe uitgeploegde snede van de openingsvoor moet exact worden teruggekeerd. Er mag geen grond óver de rand van de beginvoor worden gestort. De aanstorting moet zodanig worden uitgevoerd, dat bij de eerste snede de grondbalk goed is losgesneden en de vegetatie goed is ondergebracht. De sneden moeten even hoog liggen als het overige ploegwerk. 8 Sneden (4 gangen tweeschaar en 2 gangen vierschaar ploeg) of 9 sneden (drieschaar ploeg). Geen trekkerwielspoor. 3. De aanstorting van de geer (1) Bij de eerste snede dient de grondbalk goed te zijn losgesneden en geen oneffenheden vertonen. 4. De aanstorting van de geer (2) De eerste snede dient zichtbaar te zijn over de gehele lengte. Uniform en recht. Moet goed aansluiten op het overige ploegwerk. Geen trekkerwielspoor. 5. Dekking groen en stoppel (1) Gebruik van voorscharen. Alle groen, stoppels, e.d. moeten over het gehele perceel goed zijn ondergeploegd. Alle wortelresten dienen te zijn doorgesneden. 6. Dekking groen en stoppel (2) Sneden moeten uniform zijn en goed aansluiten. Juist gebruik van de voorscharen. Geen gaten. Geen trekkerwielspoor. 7. Geploegde sneden (1) De geploegde sneden moeten aansluiten en voldoende gekeerd zijn, zodat voldoende grond beschikbaar is voor een goed zaadbed. 8. Geploegde sneden (2) De geploegde sneden moeten ten opzichte van elkaar even hoog en even breed zijn (geen paring) en over de gehele lengte voldoende geaccentueerd. 9. Afwerking derde wendakkerDekking groen en stoppel, uniforme sneden die goed aansluiten. 10. Eindvoor(laatste twee sneden naast de aanstorting.) De laatste sneden moeten goed aansluiten en even hoog zijn als het overige ploegwerk. Geen ongeploegd of herploegd land, goede dekking groen en stoppel. Slechts 1 trekkerwielspoor zichtbaar. 11. Inzetten en uitlichtenHet inzetten en uitlichten van de ploeg moet geschieden op de merkvoor die daarvoor is aangegeven en wel zodanig dat het geploegde perceel aan de kopakkers zo regelmatig en exact mogelijk wordt begrensd. Tevens is het van belang, dat de ploeg bij het inzetten zo gauw mogelijk op de voorgeschreven diepte is. Binnen de merkvoren moet alles omgeploegd en losgesneden zijn, met volle sneden, van begin tot eind. Geen trekkerwielspoor. 12a. Rechtheid openingsvoor12b. Rechtheid aanstorting12c. Rechtheid algemeen werk12d. Rechtheid eindvoor13. Algemene indrukAlle onderdelen van het ploegen en het vakmanschap. Aftrekpunten (van het totaal aantal punten van de gezamenlijke juryleden). Strafpunten kunnen worden gegeven voor:
| loze rit, per keer | 10 | | aanraken geploegde sneden | 5 | | overschrijden tijdlimiet per min | 2 | | te diep of ondiep per cm | 2 | Op alle onderdelen wordt door de jury volgens een schaal van 1 - 10 beoordeeld. De punten van de onderdelen 12a tot en met 12d worden later door 2 gedeeld, zodat maximaal 140 punten kan worden behaald. Op de ploegwedstrijden worden alle onderdelen door twee verschillende jurygroepen beoordeeld. Daardoor kan maximaal 280 punten worden behaald. naar boven WEDSTRIJDREGLEMENT OLDTIMERPLOEGENEr wordt geploegd volgens de regels die op het Nederlands Kampioenschap worden gehanteerd. Kijk voor een uitgebreide weergave www.ploegvereniging.nl/. Afmeting van de veldjesAls maatstaf voor de oppervlakte van de wedstrijdveldjes kan men aanhouden; 10 are plus 5 are per schaar. Voor de meest voorkomende ploegen levert dit de volgende afmetingen op:
| | lengte | breedte 1 | breedte 2 | oppervlakte | | 2-schaar rondgaand | 100 m | 20 m | 20 m | 20 are | | 3-schaar rondgaand | 100 m | 25 m | 25 m | 25 are | | 1-schaar heen- en weergaand | 100 m | 12 m | 18 m | 15 are | | 2-schaar heen- en weergaand | 100 m | 16 m | 24 m | 20 are | Wanneer er minder grond beschikbaar is dan gewenst, verdient het de voorkeur om iets kortere veldjes uit te zetten. Als men de breedte vermindert is het voor de deelnemers veel moeilijker om precies goed uit te komen.Beginvoor rondgaandBij rondgaande ploegen is een dubbele opening voorgeschreven, waarbij de beginvoor naar twee kanten wordt uitgeploegd. Dit uitploegen kan bij beide werkgangen met het achterste ploeglichaam worden uitgevoerd. Bij beide werkgangen staat de ploeg overrug en omdat de tweede werkgang net zo diep moet worden als de eerste, heeft het zoolijzer bij de tweede werkgang vrijwel geen steun. Door het achterste schijfkouter wat dieper te stellen als de schaarpunt, kan dit enigszins gecompenseerd worden. Deze aanpak moet een geheel schone opening opleveren. Bij 2-schaar rondgaande ploegen kan men er ook voor kiezen de tweede werkgang met de voorste schaar uit te ploegen. De achterste schaar loopt dan door de reeds geploegde voor en ploegt nog een klein reepje van de eerste snede af. Het zoolijzer ondervindt hierbij meer steun dan in het eerste geval en bovendien kan de ploeg tijdens de tweede werkgang nagenoeg vlak worden gesteld, waardoor er minder kans bestaat dat de uitgeploegde snede weer terug in de voor valt. Een beginvoor die op deze wijze geploegd wordt bevat dus een reep losgesneden grond. Dit wordt een vuile opening genoemd. Hoewel de naam anders doet vermoeden, zijn hier net zo veel punten mee te behalen als met een geheel schone opening. Aanstorting rondgaandDit kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld door bij de eerste werkgang het voorste ploeglichaam op de helft van de diepte van het volgende ploeglichaam te laten ploegen. Hierdoor wordt de eerste snede voor ruim de helft door de tweede snede bedekt. Bij de tweede werkgang ploegt het voorste ploeglichaam nog een reepje grond op de eerste snede van de eerste werkgang. Dit levert bij een 2-schaar ploeg na 1 omgang 3 sneden op. Een andere manier is om bij de eerste werkgang het voorste ploeglichaam meteen al wat dieper te laten lopen, waardoor de eerste snede in zijn geheel zichtbaar blijft. Ook zijn er met een 2-schaar ploeg goede resultaten te bereiken door vóór het ploegen van de aanstorting een extra bewerking uit te voeren. Hierbij wordt met het achterste ploeglichaam een reepje van de tweede snede van de opening teruggeploegd. Het eerste ploeglichaam verplaatst hierbij geen grond en het resultaat is een ruggetje, midden in de openingsvoor. Bij de volgende 2 werkgangen wordt een aanstorting met 4 sneden gemaakt. Aansluiting veldje buurmanVoordat rondgaande ploegers een aansluiting maken met het veldje van de buurman, moet het nog te ploegen veldje worden opgemeten. Als er een geer aanwezig is moet die meteen worden weggeploegd. Ook is het verstandig om even te controleren, of men voldoende grond overhoudt voor de eindvoor (veelvoud van de normale werkbreedte van de ploeg plus 1 werkbreedte min de breedte van 1 schaar). Als dit niet het geval is dan is het zaak om in dit stadium al de nodige correcties aan te brengen. Eindvoor rondgaandOm voldoende grond over te houden voor de laatste ploegsnede, is het verstandig om de laatste 3 omgangen geleidelijk iets ondieper te ploegen. Beginvoor heen- en weergaandBij heen- en weergaand is een enkele opening voorgeschreven, waarbij de beginvoor naar het eigen wedstrijdveldje wordt uitgeploegd. Bij meerscharige ploegen wordt dit met de achterste schaar uitgevoerd. Merkstreep voor de geerNa het ploegen van de beginvoor moet worden gewacht tot de beginvoren zijn beoordeeld. Deelnemers met een heen- en weergaande ploeg mogen intussen een merkstreep voor de geer uitzetten. Deze moet zo ondiep mogelijk worden uitgeploegd en wel zo, dat er op de derde wendakker 16 sneden kunnen worden geploegd én er 1,50 meter ongeploegd over kan blijven tussen de eigen eindvoor en de beginvoor van de buurman. Aanstorting heen- en weergaandHierbij kan als richtlijn worden aangehouden dat de eerste voor van de aanstorting op de helft van de voorgeschreven ploegdiepte moet worden geploegd. Afploegen van de geerEen goede methode is om bij het uitrijden van de geer steeds smaller te gaan ploegen en de ploeg uit te lichten als het voorwiel van de trekker op de merkstreep komt. Bij het inzetten van de geer zo smal beginnen dat de risterafdruk niet te zien is op de geploegde grond. Bij het aanploegen van de geer begint men aan de korte zijde, waarbij het voorwiel van de trekker aan de landzijde precies over de merkstreep moet lopen. Eindvoor heen- en weergaandMeteen nadat de geer is aangeploegd controleren of er correcties aangebracht moeten worden om een ongeploegde strook van 1,50 meter over te houden. Wedstrijdreglement voor rondgaand ploegenUitzettenDe plaats van de beginvoor (de opening) van elk veldje wordt aangegeven door een bordje met het nummer van de deelnemer. De nummers worden bij loting toegewezen. Het veldje mag niet door de deelnemer of helper worden voorbewerkt zoals het egaliseren en stro vrij maken. Om de richting van de beginvoor te kunnen bepalen, mogen een kwartier voor de aanvang van de wedstrijd, ten hoogste drie richtpalen worden geplaatst. De deelnemer mag hierbij worden geassisteerd door een helper, die de richtpalen ook weer mag weghalen bij het ploegen van de beginvoor. Bij het wegnemen van de richtpalen moet de helper zich steeds vóór de trekker bevinden Als de richtpalen zijn gezet, worden de nummerbordjes weggenomen. De nummerbordjes worden door de leden van de wedstrijdcommissie weer op dezelfde plaats teruggezet, nadat twee omgangen zijn geploegd. BeginvoorDit moet een zogenaamde dubbele opening zijn, waarbij de grond naar weerszijden wordt uitgeploegd en wel zodanig dat er geen ongeploegde stukjes vast blijven zitten. De beginvoor kan worden uitgevoerd als geheel schone opening, als een opening die een reep losgesneden grond bevat (bij 2 scharen). De uitgeploegde grond mag niet door trekkerbanden en/of ploegwielen of -banden worden aangedrukt. Na het ploegen van de beginvoor moeten de deelnemers wachten tot het tweede startsein is gegeven. AanstortingNadat het tweede startsein is gegeven wordt de aanstorting geploegd. Hierbij wordt de beginvoor dicht geploegd en wel zodanig dat alle vegetatie is ondergeploegd en dat de sneden even hoog komen te liggen als van het overige ploegwerk. Na het ploegen van de aanstorting worden nog drie omgangen rechtsom geploegd. Aansluiting met veldje buurmanNa de aanstorting plus drie omgangen rechtsom, moet een aansluiting worden gemaakt met het veldje van de buurman met een hoger nummer. Deelnemers die geen buurman met een hoger nummer hebben, maken zelf een merkvoor. De eerste twee werkgangen van de aansluiting met het veldje van de buurman worden niet in de beoordeling meegenomen. Loos rijden naar de andere kopakker is toegestaan, maar hierbij mag niet over de wedstrijdveldjes worden gereden. EindvoorDe grond van de laatste snede (waarmee dus de eindvoor wordt gemaakt) moet naar die zijde van het geploegde perceel worden gekeerd, waar de aanstorting ligt. De diepte mag niet groter zijn dan de voorgeschreven ploegdiepte. De laatste en de voorlaatste snede moet bij het overige ploegwerk aansluiten en moeten over de gehele lengte een gelijkblijvend en regelmatig beeld vertonen. Na het maken van de eindvoor mag slechts één trekker- en één ploegwielspoor zichtbaar blijven. Inzetten en uitlichtenDe ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voorgeschreven diepte zijn. Toegestane hulpDe deelnemer mag tijdens de wedstrijd op geen enkele wijze worden geholpen, behalve bij het uitzetten en wegnemen van de richtpaaltjes. Tijdens de wedstrijd mogen zich geen andere personen op de veldjes bevinden dan de deelnemers en de leden van de jury, de wedstrijdcommissie en zij die van de wedstrijdcommissie speciale toestemming hebben gekregen. OvertredingenEen deelnemer die hulp ontvangt, anders dan in dit reglement is toegestaan, of op een andere wijze de voorschriften overtreedt, zoals bijvoorbeeld door het aanraken van de geploegde sneden, zal bij de eerste keer een waarschuwing ontvangen, hetgeen automatisch 5 strafpunten oplevert. Bij een tweede overtreding wordt hij of zij gediskwalificeerd. De jury, of tenminste 2 leden daarvan, beoordeelt of voor een overtreding, gemeld door de wedstrijdcommissie, of door zichzelf geconstateerd, strafpunten moeten worden gegeven. Het niet opvolgen van instructies van de wedstrijdcommissie kan diskwalificatie tot gevolg hebben. Wedstrijdreglement voor heen- en weergaande ploegenUitzettenDe plaats van de beginvoor (de opening) van elk veldje wordt aangegeven door een bordje met het nummer van de deelnemer. De nummers worden bij loting toegewezen. Het veldje mag niet door de deelnemer of helper worden voorbewerkt zoals het egaliseren en stro vrij maken. Om de richting van de beginvoor te kunnen bepalen, mogen een kwartier voor de aanvang van de wedstrijd, ten hoogste drie richtpalen worden geplaatst. De deelnemer mag hierbij worden geassisteerd door een helper, die de richtpalen ook weer mag weghalen bij het ploegen van de beginvoor. Bij het wegnemen van de richtpalen moet de helper zich steeds vóór de trekker bevinden Als de richtpalen zijn gezet, worden de nummerbordjes weggenomen. De nummerbordjes worden door de leden van de wedstrijdcommissie weer op dezelfde plaats teruggezet, nadat twee omgangen zijn geploegd. BeginvoorDit moet een enkele opening zijn, waarbij de grond naar het eigen wedstrijdveldje wordt uitgeploegd. Na het ploegen van de beginvoor moeten de deelnemers wachten met het ploegen van de aanstorting tot het tweede startsein is gegeven. AanstortingNadat het tweede startsein is gegeven wordt de aanstorting geploegd. Deze moet zo worden uitgevoerd dat de ploegsnede de gehele opening vult, maar deze mag niet op het ongeploegde land komen. Alle grond moet worden losgesneden en de eerste snede moet even hoog komen te liggen als de rest van het ploegwerk. GeerBij het afploegen van de geer moet op de derde wendakker worden gedraaid. De eerste werkgang langs de geer moet over de gehele lengte vanaf de kopakker te zien en recht zijn, zo weinig mogelijk oneffenheden vertonen en de vegetatie moet overal goed zijn ondergebracht. Afwerking derde wendakker en eindvoorOp de derde wendakker moeten 16 sneden worden geploegd. De eindvoor moet op exact 1,50 meter van de buurman met het hogere nummer komen te liggen. Deelnemers die geen buurman met een hoger nummer hebben, maken zelf een merkvoor. Deze merkvoor moet worden geploegd voordat met het afploegen van de geer wordt begonnen. De eindvoor moet vlak, schoon en recht zijn en op exact 1,50 meter van de beginvoor van de buurman met het hogere nummer komen te liggen. Inzetten en uitlichtenDe ploeg moet worden ingezet met de voorste schaar op de merkvoor en worden uitgelicht als de achterste schaar de merkvoor heeft bereikt en wel zodanig dat het geploegde perceel zo regelmatig mogelijk begrensd wordt. Bij het inzetten moet de ploeg zo spoedig mogelijk op de voorgeschreven diepte zijn. Toegestane hulpDe deelnemer mag tijdens de wedstrijd op geen enkele wijze worden geholpen, behalve bij het uitzetten en wegnemen van de richtpaaltjes. Tijdens de wedstrijd mogen zich geen andere personen op de veldjes bevinden dan de deelnemers en de leden van de jury, de wedstrijdcommissie en zij die van de wedstrijdcommissie speciale toestemming hebben gekregen. OvertredingenEen deelnemer die hulp ontvangt, anders dan in dit reglement is toegestaan, of op een andere wijze de voorschriften overtreedt, zoals bijvoorbeeld door het aanraken van de geploegde sneden, zal bij de eerste keer een waarschuwing ontvangen, hetgeen automatisch 5 strafpunten oplevert. Bij een tweede overtreding wordt hij of zij gediskwalificeerd. De jury, of tenminste 2 leden daarvan, beoordeelt of voor een overtreding, gemeld door de wedstrijdcommissie, of door zichzelf geconstateerd, strafpunten moeten worden gegeven. Het niet opvolgen van instructies van de wedstrijdcommissie kan diskwalificatie tot gevolg hebben. naar boven |